Verhaal

Kunst en historie: Kunst en architectuur op de Universiteit Twente

Ter gelegenheid van het 50 jarig jubileum van de Universiteit Twente dit jaar wordt er een viertal boeken uitgegeven over de geschiedenis en architectuur van de universiteit en zijn campus. Ze vormen met elkaar een soort kwartet. In deze Kunst en Historie wordt aandacht besteed aan de verschillende boeken die verschijnen in het kader van dit lustrum. Daarbij wordt er bij een van de boeken meer speciaal ingegaan op het detail in de architectuur op het campusterrein. Deze Kunst en Historie zit ook even stil op het bankje van Piet Blom.

Lustrumboeken

Allereerst is het boek ‘De nieuwe campus’ verschenen, geschreven door Marco Krijnsen, dat gaat over het leren en leven op de Universiteit Twente in de 21e eeuw. Het geeft een overzicht van de geschiedenis van de vele gebouwen die op het universiteitsterrein gebouwd werden en de recente renovaties en ontwikkelingen. Het is verschenen in het kader van de afronding van het Vastgoedplan van 2003. Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis en architectuur van de Campus met zijn gebouwen krijgt een leuk overzicht met veel foto’s, waardoor de wirwar van gebouwen overzichtelijk wordt. Helaas is er geen totale plattegrond van het hele campusterrein in opgenomen.

Die plattegrond zal er wel komen in het proefschrift dat Jorrit de Boer schrijft over 50 jaar Universiteit Twente. Het zal in november gepresenteerd worden, tezamen met een meer populair wetenschappelijk boek voor op de koffietafel. De titel van het proefschrift moet nog ontspruiten, maar de ondertitel luidt Een geschiedenis van de Universiteit Twente 1961-2011. Het proefschrift wordt een ongeveer 350 pagina’s tellend wetenschappelijk werk. Het zal een totaaloverzicht geven van de ontwikkelingen op de universiteit. Voor degenen die alleen geïnteresseerd zijn in leuke plekjes, foto’s en vooral anekdotes, zal er een zogenaamd Koffietafelboek verkrijgbaar zijn, zeg maar het proefschrift in verkorte en smeuïge vorm. Hierin worden alleen de verhalen uit het proefschrift overgenomen en gecombineerd met veel illustraties. Jorrit de Boer stelt dit samen met zijn promotor professor J.W. Drukker. In de lezingenreeks van Studium Generale van de universiteit zal hier overigens ook aandacht aan besteedt worden, en wel op dinsdag 25 oktober 2011.



Peter Timmerman presenteert in oktober zijn boek Architectuur met een grote A, de Campus van de Universiteit. Dit boek geeft een overzicht van de ontwikkeling in architectuur op de Campus. Het is een gemakkelijk leesbaar werk, met vooral veel foto’s. Het gaat onder andere over de verschillende detailaspecten van de architectuur op de campus, zoals het licht, de trappen en deurkrukken, speciale patronen in gevels en beton. Bovendien wordt er door Studium Generale en Vrijhof Cultuurcentrum al elk jaar een brochure uitgegeven over Architectuur en Kunst op het terrein van de Universiteit, waar hij ook aan meewerkt. De wandelroute over de campus leidt ons langs verschillende karakteristieke gebouwen en de kunstwerken die daar staan. Ook dit jaar zal er weer een vernieuwde versie verschijnen.


Kunstwerken op de Campus

In deze Kunst en Historie zou ik kunnen schrijven over het carillon dat oorspronkelijk door Rietveld is ontworpen, maar daar is al over geschreven in de Kunstroute. Een ander object dat de aandacht trekt, is natuurlijk het Torentje van Drienerlo, ontworpen door Wim T. Schippers. Er bestaan verschillende mythes over, maar dat was ook de bedoeling van de ontwerper. Het moest een mysterieus monument zijn dat wat schwung aan de campus zou geven. De keuze voor deze Kunst en Historie viel echter op een stukje verdwenen geschiedenis. Iets dat nergens in de boeken terug te vinden is, en er echt verlaten bij staat, het Bankje van Piet Blom. Piet Blom, voor wie de naam niet direct iets zegt, kent u vast wel van de Kubuswoningen in Rotterdam.


Algemeen plan

Het Rotterdamse architectenduo Van Tijen en Van Embden was in 1961 gevraagd een ontwerp te maken voor het nieuwe campusterrein van de UT te Drienerlo als een aantrekkelijk en karakteristiek geheel. Kortom, maak een mooie UT. Het idee was een campusterrein te ontwerpen, weg van de stad, zodat onderwijs, wetenschap en wonen elkaar konden versterken in een inspirerende omgeving. Door dit architectenbureau werd de jonge architect Piet Blom benaderd om een ontwerp te maken voor de verbouwing van een Twentse boerderij op het terrein tot mensa. Blom greep die kans aan. De opdracht voor de verbouwing van de boerderij bracht Piet Blom landelijke bekendheid. De bestaande boerderij liet hij afbreken en hij bouwde er een nieuwe. Blom maakte gebruik van de bestaande structuur van spanten, zodat er een structuur van etage`s en vides ontstond. De zware eikenhouten balken bleven aan de binnenkant zichtbaar, karakteristiek voor een Twentse boerderij. Het interieur werd heel modern. Hierin herken je al enigszins de voorloper van het ontwerp van de kubuswoningen in Rotterdam. Speciaal voor dit gebouw werden er meubels ontworpen. De buitenstoelen waren een soort houten tuinstoelen met strandstoelbekleding. De tafels waren functioneel ontworpen. Het tafelblad kon er worden afgenomen. Handig voor als het regent.


Het protest van Blom

Van Tijen, architect van het functionalisme ofwel nieuwe zakelijkheid, was bijzonder te spreken over het project. Toch krijgt Piet Blom daarna niet de grote opdracht voor zijn ontwerp van het Campusterrein waarop hij gehoopt had: het ontwerp van het centrum van de UT. Hij krijgt wel de opdracht om een ander gebouw te ontwerpen, de definitieve mensa in de de Bastille, want de Boerderij werd al spoedig te klein voor het groeiende aantal studenten. Hoewel Van Tijen en zijn collega Van Embden het idee hebben voor een vrije en open ontwikkeling van de Campus, ontwerpt Blom uit boosheid een soort Fort, vandaar de naam Bastille. Het verhaal gaat dat hij het in een nacht heeft ontworpen als een protestgebouw, een stad in het klein. In plaats van openheid naar de omgeving werd het een bolwerk, met daarin als het ware een kleine stad. Het daglicht viel alleen binnen door hoge smalle ramen. Hij ontwierp het interieur tot in de kleinste details, de stoelen en tafels. De stoelen waren mooi in het geheel, compact, net als het gebouw, en stapelbaar. Je kun er op zitten, maar ook weer niet te lang, zodat het verblijf in de Mensa niet van te lange duur zou zijn.



Wat nu nog rest

Maar weinig herinnert nog aan de originele architectuur van Piet Blom. De boerderij werd in 1999 drastisch verbouwd onder leiding van zijn zoon Abel Blom. De boerderij heeft een compleet ander interieur gekregen. Hij doet nu dienst als een mooi restaurant, de Faculty Club. Dus worden daar heel andere eisen aan gesteld dan aan een Mensa. Ook de Bastille onderging een enorme verbouwing. Van de vele hoekjes en nissen in het interieur is nog weinig over. Ook de door Piet Blom ontworpen stoelen zijn verdwenen. Ze staan waarschijnlijk her en der nog bij mensen thuis. Slechts één object herinnert nog aan de door Piet Blom ontworpen meubels. Dat is de bank bij de Boerderij. Het was de bedoeling dat deze werd gebruikt als spontane ontmoetingsplaats. Er werd zelfs een kampvuurplaats aangelegd om deze ontmoeting gezellig en inspirerend te kunnen maken. De bankjes liggen er nu verlaten bij. De zitplaats is te donker op het noorden om gezellig te zijn, ondanks de mogelijkheid voor een gezellig haardvuur. De houten en betonnen banken bleken te hard voor een comfortabele ontmoeting. Ik vrees dat ze gesloopt zullen worden wegens gebrek aan interesse. Voor de fietsenstalling die er pal naast staat, is het een obstakel. Ik vrees dat deze bank bij het volgende lustrum voorgoed historie is.

Foto studenten: Historisch Archief Universiteit Twente
Foto bankje: Peter Timmerman

Reacties